Geschiedenis

Geschiedenis

Hoe het in Valkenburg begon

Aanleiding voor oprichting van de Valkenburgse VolleybalVereniging was de bouw van het Dorpshuis in 1962. Een aantal voorvechters (waar onder de heren Mizee en Makkes) voor sport in Valkenburg richten een omni-vereniging op met daarin een gymvereniging, een volleybalvereniging en een tafeltennisvereniging.

In de zeventig jaren kwam daar nog een badmintonvereniging bij. De vereniging bestond lange tijd uit twee herenteams en twee damesteams. Op de onderstaande foto Heren 1 uit die tijd dat bestond uit de mannen die de volleybalvereniging 'droegen'.

 

Van boven naar beneden en van links naar rechts:

  • Jos Levi
  • Jan Boers
  • Roel Riphagen (?)
  • Piet Piket
  • Kees Kleinhout
  • Harry Hoogenhout (?)

 

Harry (van 1962 tot 1967) en Jan (vanaf 1967) sloegen in die jaren met de voorzittershamer. Andere bestuursleden waren Sjoerd van Veen en Roy Vroom. Van Harry is bekend dat hij een hekel had aan trainingspakken; hij gaf er de voorkeur aan om in zijn regenjas in te slaan. Dit gaf aanleiding voor uiteenlopende reacties, vooral bij uitwedstrijden.

Hoe "knus" het toen was in het Dorpshuis is goed te zien op onderstaande foto. De opkomst van het publiek valt ook op! Wie weet nog hoe vol de tribune (of was het 't podium ?) zat als de dames moesten spelen. Er waren dames bij die als afleidsters mee moesten naar cruciale uitwedstrijden van Heren 1. De uitwedstrijd bij GGV (Grofsmederij) is wat dat betreft een berucht voorbeeld; die wedstrijd werd dan ook gewonnen.

 


Vrijdagavond was de wedstrijdavond in Valkenburg. Voor het biertje en de extra set moest men naar het Wapen van Valkenburg. De plaatselijke drinkebroers of een verdwaald RABO-bestuur dat net was uitvergaderd vonden het dan helemaal niet erg als de dames thuis in het Dorpshuis hadden gespeeld en afzakten naar de kroeg.

Jos Levi trainde de heren; hij verried zijn militaire achtergrond niet. Hij matte de spelers af door ze te laten springen met patronentassen vol lood. In de loop van de jaren werd het blauwe shirt vervangen door een groen-wit gestreept shirt.

                            

Twee historische damesteams.

Zo rond 1970 begon de dreiging van afkeuring van het Dorpshuis als volleybalzaal. Kommer en kwel natuurlijk. Thuiswedstrijden werden inmiddels in Cleyn Duin in Katwijk gespeeld. Kennelijk was dit niet lang vol te houden. Rond 1975 kwam opheffing van de Valken steeds sterker in beeld. In 1976 hieven de Valken zich op en ontstond de Rijnsburgse Volleybalveren iging (RVV).

Bij de Valkenburgers waren er natuurlijk wel (vooral emotionele) bezwaren om in Rijnsburg met Rijnsburgers te gaan spelen. Dick Kraay was in Rijnsburg de 1e voorzitter. Hij werd, via interim-voorzitter Koos de Zwart, opgevolgd door een Valkenburger: Ferdinand Bleijswijk Sr.

Inmiddels was in 1982 in Valkenburg de nieuwe Terp met sporthal gereed gekomen; Een sportzaal om U tegen te zeggen natuurlijk. Jan Boers liet zich kort daar op weer overhalen om te starten met een volleybalvereniging. Hij gaf vervolgens de hamer over aan Willem Boone kamp. Er was in die jaren de nodige sportieve (en soms chauvinistische) rivaliteit tussen RVV en de Valken. De Valkenburgse RVV'ers waren inmiddels echte RVV'ers en bij de Valken speelden Rijnsburgers die perse niet in Rijnsburg wilden spelen.

Piet Dijkstra was de volgende voorzitter bij de Valken. Door Piet en Dick Berg samen geleid ontstond weer een goed draaiende vereniging waar ook steeds meer aandacht aan de jeugd werd besteed. Toen in 1994 het herenteam stopte met spelen dreigde de Volleybalvereniging Valken op te houden te bestaan want het bestuur werd nagenoeg geheel door spelers uit dit herenteam gevormd. Het bestuur had de boel zelfstandig bijna al overgedragen aan RVV maar een aantal ouders van de volleyballende jeugd staken daar een stokje voor en zetten de club toch voort. De vereniging bestond uit een damesteam, recreanten en veel jeugd.

In de komende jaren ontstond een goede samenwerking met RVV op het vlak van gemeenschappelijke trainers en doorstroom van vooral jeugdleden en andere leden om teams compleet te houden en spelers een goede ontwikkeling door te laten maken. Belangrijk bleef natuurlijk dat er in Valkenburg zelf gespeeld kon blijven worden, vooral voor de jongste jeugd.

Door gebrek aan opvolgers in het bestuur hief in juni 1998 de Valkenburgse Volleybalvereniging zich zelf op; alle leden gingen over naar RVV. Door de samenwerking was er vertrouwen in elkaar ontstaan. Enkele jaren daarvoor was Blok'77 uit Katwijk al samengegaan met RVV. Bij de overgang naar RVV had Valken een grote jeugdafdeling en een goed spelend dames team en de nodige recreanten. Belangrijk volleybalfenomeen in Valkenburg is natuurlijk het jaarlijkse PaardenMart Volleybaltournooi dat door de volleybalvereniging samen met de Oranjevereniging wordt georganiseerd op de vrijdagavond voorafgaand aan de PaardenMarkt; voor veel Valkenburgers het startschot voor de Martweek en altijd een druk bezochte avond. De nieuwe volleybalvereniging voor Rijnsburg, Katwijk en Valkenburg werd in 1998 dus een feit.

Katwijkse Volleybalvereniging: 1956 – 1976.

Ontstaan en verder.

"Op het strand van Katwijk is het dubbeltje gevallen" aldus Bas Schonenberg, de eerste voorzitter van K.V.C. Het is zomer 1956. Op het strand speelt zeer regelmatig een groepje Katwijkse jongens van de Leidse middelbare scholen een partijtje volleybal bij de strandtent "Zee en Zonbad" van ome Jan Harteveld. Hier stond een volleybalnet. Het is allemaal begonnen met een vriendenclubje dat sport bedreef in het gymzaaltje van de Opleidingsschool aan de Parklaan. Een van de sporten die gedaan werd, was volleybal. Op een mooie avond op het strand kwam men tot de conclusie om een volleybalvereniging op te richten. In Leiden en Noordwijk werd al gevolleybald in clubverband. Op 13 september 1956 was het zover: KVC werd officieel opgericht in Hotel Riche op de Boulevard.

Over de naam was nogal wat te doen geweest. Het was in eerste instantie K.V.C. ??? Er moest nog wat achter komen. Er werd gedacht aan K.V.C. PATS. Dit omdat Johan van Doorn altijd "PATS" zei, als hij een bal sloeg. Op een bondsvergadering van de NeVoBo wilde men de naam weten van de nieuwe vereniging uit Katwijk. De vertegenwoordiger uit Katwijk wist alleen Katwijkse Volleybal Club, K.V.C., uit te brengen en zo is het gebleven. Trouwens, Johan van Doorn is later trainer geweest van het Nederlands damesteam.

Diverse mensen werden aan het werk gezet om de vereniging op poten te krijgen. De statuten en het huishoudelijk reglement werden overgelaten aan J.J.van Rijn. Hij studeerde rechten en men vond dat hij dit er wel even bij kon doen. Op de buitengewone algemene ledenvergadering van 13 maart 1957 werden de statuten en het huishoudelijk reglement door de aanwezige leden goedgekeurd. Hiermee had de vereniging de officiele status verkregen.

Cees Parlevliet was op vele fronten actief. Hij zat in het bestuur en was zo'n beetje het manusje van alles. Zo maakte hij zelf de spanners voor de netten. Voor al zijn inspanningen is hij later tot erelid benoemd. Wil van 't Hof was, met name de eerste jaren zwaar betrokken bij K.V.C.. Hij was de penningmeester van de vereniging. Ook heeft hij zich zeer betrokken getoond bij de oprichting van de meisjesafdeling.

Een merkwaardig probleem was in welke competitie men ging spelen. Er waren namelijk twee competities: een NeVoBo-competitie in afdeling Leiden en een "wilde" recreanten- competitie in kring Noordwijk. In deze laatste competitie deden nogal wat politieteams uit de regio mee. Zo kon het gebeuren dat aan beide competities werd deelgenomen. De eerste teams speelde bij de NeVoBo-competitie en de lagere teams bij de Noordwijkse competitie. De vereniging vroeg aan de NeVoBo om met het eerste dames- en herenteam in de tweede klasse te mogen uitkomen. Gezien de capaciteiten van de spelers en speelsters mocht dit direct van de bond.

Beide teams hebben deze beslissing dubbel en dwars waargemaakt. Het heren team werd eerste met 35 punten uit 18 wedstrijden. Het damesteam werd tweede in hun poule. Begin jaren 60 werd Kring Noorwijk opgenomen binnen de NeVoBo onder de naam afdeling Bollenstreek i.o. (in oprichting). Later zijn de afdelingen Bollenstreek en Leiden samengevoegd tot rayon Leiden.

De trainingen werden gegeven in het gymlokaal van de Christelijke Industrie- en Huishoudschool aan de Jan van Brakelstraat en in de gymzaal van de Zonnebloemschool aan de Piet Heinlaan, de plaats waar nu het huidige politiebureau staat. De competitiewedstrijden werden aan de Van Brakelstraat gespeeld. Toen in 1969 sporthal Cleijn Duin klaar was, werd dit het thuishonk van K.V.C. Het ledenaantal groeide gestaag. Werd er in 1956 begonnen met 45 leden, in 1958 waren er al 112 leden. Daarna bleef het ledental rond de 100 hangen. In de loop van de tijd liep het ledenaantal op tot ruim 150 leden.

Enkele bekende namen uit de begintijd zijn: Bas Schonenberg, Hans Schonenberg, Klaas Zwitser, Cees Parlevliet, Bill (Wim) Schaap, Kees van der Bent, Mr J.J.van Rijn, Wil van 't Hof.

Behalve dat er een stel jongens op het strand volleybalde, organiseerde de VVV volleybalwedstrijden voor badgasten. Reeds in de Katwijksche Post van 25 juni 1954 stond een kleine aankondiging van het Zomerprogramma V.V.V.: 22 en 23 juli: Volleybaltournooi voor badgasten. Toen KVC een aantal jaren bestond, werden er enkele jaren strandtoernooien georganiseerd. Over het hele Katwijkse strand, bij de strandtenten, werden velden uitgezet. In die tijd had iedere strandtent wel een volleybalnet op het strand staan. Op het hoogtepunt deden wel 60 teams mee. Een opmerkelijke ploeg in die tijd was "de dominees-ploeg". Dit team bestond uit Katwijkse dominees, aangevuld met vakantie-dominees.

Al snel werden op er vrijdagavond nederlaagtoernooien georganiseerd. Dit gebeurde op het plein bij restaurant "de Zwaan" aan de boulevard. Welk team brengt KVC de grootste nederlaag toe? Bekende teams die vaak kwamen waren het Lybanon Lyceum uit Rotterdam, Professorenwijk, G.G.V. en L.P.S.V. uit Leiden. Wie ooit de grootste nederlaag heeft toegebracht, is niet bekend.

De nederlaagtoernooien verdwenen en werden vervangen door demonstratiewedstrijden op het Andreas Plein achter de Oude kerk. Hier heeft K.V.C. zijn grootste bekendheid verworven. Er werd gespeeld tegen ploegen uit de hoofdklasse, toentertijd de hoogste klasse, zoals: CITO uit Zeist, Lybanon uit Rotterdam, DES/Blokkeer (het latere Starlift) uit Voorburg en Kangoeroes (toen nog zonder Gemini). De toenmalige internationals Frank Constandse, Gerard Trompetter, Bram Vermeulen, Joop Tinkhof, Jacques de Vink en anderen waren regelmatig aanwezig. Deze wedstrijden trokken veel bekijks. 100 tot 200 toeschouwers was geen uitzondering. K.V.C.-spelers uitdie tijd waren o.a. Piet Guyt, Jan Schilt, Pieter Bas van Duyvenbode, Piet v.d.Plas, Piet Parlevliet en Taco Tuinstra. Over deze wedstrijden zijn veel anekdotes.

De wedstrijden waren onderdeel van het zomerprogramma van de VVV. Er waren dus meer activiteiten op het plein. In de muziektent op het plein speelde de UNI. Na dit concert zou de wedstrijd gespeeld worden. Het concert liep nogal uit en dit schoot bij Pieter Bas van Duyvenbode in het verkeerde keelgat. Hij pakte een bal en serveerde deze keihard in de muziektent. Uiteraard ontstond hierover veel commotie. De wedstrijd werd gespeeld. Na afloop werden spullen zoals altijd opgeborgen bij de familie Schaap. Pieter Bas bracht deze na afloop en werd over zijn gedrag nogmaals aangesproken. Ook dit schoot in het verkeerde keelgat. Hij smeet de kist met ballen en net op de grond met de mededeling dat ze het verder konden bekijken. Degene die hem aansprak kon nog net de voeten terugtrekken Dit voorval heeft nog een behoorlijk staartje gehad.

Verklaring incident op vrijdag 2 augustus 1963. Tijdens het inslaan, voorafgaande aan de wedstrijd K.V.C. – D.E.S.Voorburg, op 2 augustus j.l., kreeg een onoplettende toeschouwer een bal tegen het lichaam. Dit zonder nadelige gevolgen. Een surveillerende agent van politie liep daarop het veld in en riep duidelijk verstaanbaar voor spelers en publiek: "Hier mag niet meer zo hard geslagen worden." De toeschouwers barstten hierop in luid lachen uit. Dit uiteraard tot groot ongenoegen van genoemde agent. Hij zei dan ook, dat indien wederom zo hard geslagen zou worden de wedstrijd geen doorgang zou vinden, waarop hij zich omdraaide en het veld verliet. Op dat moment wierp een der jeugdige omstanders (geen K.V.C.-lid) een volleybal naar het hoofd van de agent in kwestie, zodat zijn hoofddeksel op het speelveld viel. De agent werd zeer boos en wilde dat de wedstrijd geen doorgang zou vinden. Ondergetekende wendde zich daarom tot de agent en zei hem dat geen K.V.C.-lid hem de bal naar het hoofd heeft geworpen, doch een der omstanders.

Het inslaan werd hervat (dit hoort bij de wedstrijd) en de wedstrijd verliep verder zonder incidenten. Een andere keer had K.V.C. 7 mensen in het veld staan. Hans Bouwman stond al in het veld, maar dit was niet de bedoeling, hij was reserve. Hij was en bleef in het veld staan en was er met geen stok uit te krijgen. Na ruim een kwartier koos Hans eieren voor zijn geld.

De wedstrijden werden op het Andreas Plein gespeeld. Op de hoek hadden de "Schapen" een winkel. De familie Schaap was groot en bijna alle kinderen volleybalden. In de zomer was op vrijdag altijd koopavond. Om maar niets van de wedstrijden te missen, zetten de zusters Schaap die in de winkel dienst hadden een trapje buiten. Om de beurt klommen zij erop om naar de wedstrijd te kijken. En maar hopen dat er geen klanten zouden komen.

Het eerste team speelde begin jaren 60 in de een na hoogste klasse, de overgangsklasse. Er was zelfs kans op promotie naar de hoofdklasse. Daarvoor moest in de laatste competitiewedstrijd gewonnen worden van Orawi uit Dordrecht. De wedstrijd werd gespeeld in een gymzaaltje met een laag hangende balk in het midden van de zaal. De wedstrijd werd helaas verloren. Trainer in die tijd was Jan van Boven. Hij was de eerste niet-Katwijkse trainer. Veel vrouwelijke leden en meisjes waren verliefd op hem.

De zalen waarin gespeeld werd, liet nog wel eens te wensen over. Vaak waren het gymzaaltjes. Sporthallen waren er nog niet. Wel werd er soms in grote hallen gespeeld zoals de veilinghallen in Roelofarendsveen of de Groenoordhallen in Leiden. In de winter stonden er heteluchtkanonnen opgesteld om het een beetje warm te krijgen. Omkleden deed je achter wat schotten. De vloeren waren gewoon van beton. Af en toe stond er een obstakel in het veld waar je maar omheen moest spelen. In de jaren 60 kwamen de eerste sporthallen in de regio. Het waren voornamelijk de zogenaamde "Pelikaanhallen". In 1969 werd in Katwijk "Cleijn Duin" geopend. Hiervoor organiseerde K.V.C. op 1 januari een international toernooi waaraan de teams CSKA Warschau, AZS Sofia, Blokkeer en AMVJ meededen. Het was dus echt topvolleybal in Cleijn Duin. Verschillende zaken uit het verleden en het heden zijn weinig veranderd. In de eerste jaren waren er al klachten over gedrag van spelers en toeschouwers in de zalen. Dit gold voor alle verenigingen. Er werd gerookt in de zaal en verkeerd schoeisel (geen witte zolen) gedragen. De NeVoBo stelde toen al een boete van ?10.- per overtreding in het vooruitzicht. Een zeker e C.Parlevliet heeft een keer ergens een ballenkast opengebroken om ballen te hebben voor het inspelen. Zowel de ontvangende vereniging als K.V.C kregen een boete en moesten de schade gezamenlijk betalen.

Regelmatig meldden leden zich te pas en te onpas af voor een wedstrijd. In 1962 deed het bestuur een schrijven uitgaan naar de leden waarin stond dat je je alleen kon afmelden met een geldige reden. "Geen verjaardagen en meer flauwe kul", zoals in de brief stond. Maar er waren ook mensen die op hun verlovingsdag gingen spelen. Een enkeling zou zelfs op zijn trouwdag nog gespeeld hebben. Ook problemen met teams deden zich al in de eerste jaren voor. Al in 1958 werd heren 2 vriendelijk doch dringend verzocht zich bij het bestuur te melden.

Namens het K.V.C.-bestuur nodig ik U uit tot het bijwonen van een korte bijeenkomst van het bestuur en het 2e herenteam op maandag 27 januari a.s. 20.00 u. precies ten mijnen huize. Deze bijeenkomst dient om te pogen de gerezen moeilijkheden in het 2e herenteam tot een oplossing te brengen. U wordt beslist verzocht aanwezig te zijn ten einde de kans op een succesvolle vergadering zo groot mogelijk te maken.

Omdat eigenlijk de hele zomer werd doorgespeeld op het strand, hadden de Katwijkse teams vaak een conditionele voorsprong en daardoor een sterke start van het seizoen. In deze tijd werd ook de eerste sponsor aangetrokken: Het Motorhuis. Zoals elke vereniging kon ook K.V.C. wel geld gebruiken, vooral toen de prestaties van met name het eerste herenteam heel goed te noemen waren. Niet alleen via sponsors probeerde men geld binnen te krijgen, ook via donateurs. Daarom liet de vereniging brandbrief uitgaan naar de leden, waarin een vergelijking werd gemaakt tussen een drenkeling die in zee ligt te verdrinken en het financieel overeind houden van de vereniging, zodat dat deze ook niet kopje onder gaat.

Nu we het toch over de financiën hebben, de laatste jaren van K.V.C. was Henny Schaap penningmeester. Opeens kreeg ze bericht van de belastingdienst dat deze de boeken wilde inzien. Ze ziet het tafereel nog voor zich: Een oud kaal mannetje met een brilletje op kwam Henny op een ochtend bezoeken. Daarvoor had ze speciaal vrij genomen. Het mannetje zat met alle papieren op zijn schoot, omdat er geen hoge tafel aanwezig was. Het was een grote chaos en veel geld was er niet. Het mannetje is er niet uitgekomen. Ad Olivier heeft het verder met de belastingdienst geregeld. K.V.C. heeft er verder niets meer van gehoord.

De contributie bedroeg het eerste jaar 40 cent per avond. Om aan de verplichtingen van de bond te voldoen, werd er wel de helft van dit bedrag in een keer geïnd De resterende 20 cent werd door de aanvoerder ontvangen die het weer aan de penningmeester afdroeg. De contributieachterstand kon wel eens behoorlijk oplopen en het innen van de contributie was niet altijd even makkelijk. Op een gegeven moment heeft het bestuur bij de politie commissaris zijn beklag gedaan over de wanbetaling van een agent met het verzoek of hij met de betreffende agent hierover zou kunnen praten om alsnog zijn achterstallige contributie te betalen.

Een zeer markant team in de geschiedenis van K.V.C. was het "Schapenteam". Het waren zussen en schoonzussen (Henny, Atie, Nel, Krijna, Corrie, Hendrika en Geertje) die samen in één team zaten. Het was goed in de hal te horen als ze speelden. Bij iedere fout gaven ze elkaar luidkeels de schuld. Na de wedstrijd werd dit thuis nog eens dunnetjes over gedaan, vooral als ze verloren hadden. Door dit gekrakeel hadden ze wel altijd veel toeschouwers. Een van de toeschouwers was regelmatig Wim Spoormakers. Van hem is de uitspraak: "Die meiden lullen de bal over het net." Een frustratie van deze meiden is nog steeds dat ze op een gegeven moment een kampioenswedstrijd nodeloos uit handen hebben gegeven. De eerste twee sets waren al gewonnen . Er was nog één gewonnen set nodig en ze waren kampioen. De bloemen stonden al klaar. Echter, de coach vond het nodig om de winnende opstelling te wijzigen. De wedstrijd werd verloren en de bloemen konden worden weggegooid.

Dit waren overigens niet de enige "Schapen" Ook waren er nog twee broers: Arres en Henk, en een zwager, Piet Ravensbergen, actief.

De jaren 60 waren de roemruchte jaren van K.V.C. De vereniging bloeide en groeide. Op een geven moment waren er meer dan 15 teams in de competitie. Na de hoogtepunten in '64 en '65 werden de resultaten van het eerste team minder en viel het team uiteen. Ze vertrokken naar de verschillende verenigingen in de regio om daar nog enkele jaren op hoog niveau te volleyballen. Nu werd het de tijd van de volgende generatie volleyballers onder aanvoering van Arres Schoneveld. Begin jaren 70 kwam de klad er in.

In 1975 kwam de Boorsmazaal gereed en werden de trainingen hierheen verplaatst. De wedstrijden bleven wel in Cleijn Duin. Bestuurswisselingen deden zich voor en er werd langs elkaar heen gewerkt. Het dieptepunt is 1976 geworden. De secretaris was enkele dagen te laat met het inschrijven van de competitie. Verder had K.V.C. een boeteschuld niet op tijd betaald. Hierdoor vond de NeVoBo het nodig om K.V.C. geen competitie meer te laten spelen. Zo is K.V.C. een zeer stille dood gestorven. Hoewel, over het einde van K.V.C. zijn meerdere versies en meningen in omloop. Het gehele toenmalige bestuur is door de bond geroyeerd. Later heeft de nieuwe volleybalvereniging voor elkaar gekregen dat Arres Schoneveld gerehabiliteerd werd.

Toch bleven de oud-leden volleyballen. De Boosmazaal was nog door K.V.C. gehuurd. De steeds aanwezige mensen betaalden netjes op tijd de zaalhuur. Enkele mensen staken de koppen bij elkaar en er werd besloten om een nieuwe vereniging op te richten: BLOK '77.